Een ekster in vlucht met zwart-wit verenkleed en lange staart
Foto: bitsnbirds · iNaturalist · CC BY
Inhoud
  1. Herkennen
  2. Leefgebied en verspreiding
  3. Voedsel
  4. Broeden
  5. In de tuin
  6. Bescherming
  7. Lijkt op

Met zijn zwart-witte verenkleed is de ekster een van de gemakkelijkst te herkennen vogels1: in Nederland is hij het hele jaar aanwezig. De Nederlandse broedpopulatie nam sinds 1990 significant af, al veranderde dat de laatste twaalf jaar niet significant meer3. Sinds enkele decennia zoekt de ekster de mens juist op: hij voelt zich thuis in tuinen, stadsparken en landbouwgebied2.

Herkennen

Een ekster is 46 tot 50 centimeter lang, met een spanwijdte van 52 tot 60 centimeter. Daarvan is 20 tot 30 centimeter staart1. Het verenkleed is zwart met een witte buik en witte schoudervlekken, en de handvleugel is bijna helemaal wit; het zwart heeft een groen-paars-blauwe glans. Snavel en poten zijn donker2.

Zodra hij landt, tilt de ekster zijn staart meteen van de grond. Het geluid is een grote variatie aan krassende, schorre geluiden; daarnaast kan hij andere vogels imiteren en een zachte zang laten horen2. Twee of drie eksters samen vallen soms een kat aan met luid geschetter en schijnaanvallen1.

Leefgebied en verspreiding

In Nederland broeden 47.000 tot 68.000 paar (2018–2020); in de winter lopen de aantallen op tot 150.000 tot 250.000 vogels (2012/13–2014/15). De ekster houdt van open gebieden met verspreide bomen en mijdt dichte bossen en kale landschappen. Sinds de jaren zeventig en tachtig is hij in steden flink toegenomen, terwijl hij in bosrijke hogere delen van het land sinds 1990 duidelijk afnam3. Eksters reizen zelden meer dan dertig kilometer van de plek waar ze geringd zijn, alleen eksters uit het uiterste noorden van Europa trekken zuidelijker als de winter dat nodig maakt2.

Buiten Nederland komt de ekster in heel Europa voor, al is hij zeer zeldzaam op de Shetlandeilanden en IJsland en vrij bijzonder op de Balearen, Corsica en Sardinië2.

Voedsel

Op het menu staan kevers, andere insecten en regenwormen, maar ook kleine zoogdieren en de eieren en jongen van andere vogels. In de stad maakt hij dankbaar gebruik van het voedselaanbod van mensen2, zoals etensresten en brood.

Broeden

Eksters zijn meestal monogaam en bouwen een groot nest, meestal in de vork van een tak van een hoge boom: een overkapte constructie met een verborgen ingang, verstevigd met aarde en klei en van binnen bekleed met fijne worteltjes. Het legsel telt meestal 5 tot 7 eieren, gelegd tussen eind maart en juni, vooral in april. De broedduur is 17 tot 24 dagen en er is één legsel per jaar. De jongen vliegen uit na 22 tot 30 dagen en blijven daarna ongeveer zes weken in de buurt van de ouders2.

In de tuin

In de tuin schuwt hij de mens niet en vestigt hij zich moeiteloos, waar hij op de grond naar insecten en aas zoekt en ook etensresten niet laat liggen. Hij bouwt zelf een overkapt nest2, soms ook in struikgewas. Sommige stadseksters gebruiken tegenwoordig de pinnen van anti-vogelspikes1 als bouwmateriaal voor het dak van hun nest.

Bescherming

De ekster is beschermd onder de Europese Vogelrichtlijn, in Nederland uitgewerkt in de Omgevingswet. Toch mogen sommige provincies de ekster als schadeveroorzaker aanwijzen2, waardoor beheer onder voorwaarden mogelijk is.

Lijkt op

  • Grote bonte specht: veel kleiner, 23 tot 26 centimeter, met een rode “broek” en grote witte schoudervlekken4.