De raaf is geheel zwart, met een groene, blauwe en paarse glans en de grootste vogel uit de familie van de kraaien2. Je ziet hem het hele jaar: de raaf is bij uitstek een standvogel, maar als broedvogel is hij zeer schaars. De soort broedde aanvankelijk alleen op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug, later ook elders zoals in Flevoland, Noord- en Zuid-Holland, en is de laatste decennia sterk toegenomen als broedvogel, vooral in Drenthe1.
Herkennen
Een raaf is 54 tot 67 centimeter lang met een spanwijdte van ongeveer 120 centimeter en weegt gemiddeld 1250 gram. Daarmee is hij beduidend groter dan de zwarte kraai en de roek2. Je herkent hem aan de zware, lange snavel, waarvan de bevedering de snavel voor meer dan de helft bedekt, en aan de waaiervormige staart in de vlucht1. Ook de kop oogt groter dan bij de zwarte kraai.
De raaf laat veel verschillende geluiden horen, waarvan een rauw, rollend “kroa-kroa”1 het vaakst te horen is.
Leefgebied en verspreiding
In Nederland leeft de raaf in uitgestrekte gebieden waar bos en heide elkaar afwisselen, en steeds vaker ook in bospercelen tussen landbouwgrond. Het land telt 240 tot 280 broedparen (2024) en telde in de winters van 2012/13 tot 2014/15 een geschat maximum van 800 tot 1000 overwinterende vogels1.
Buiten Nederland leeft de raaf op vrijwel het hele noordelijk halfrond, van de ijsvlakten van Groenland tot de woestijnen van Mexico2. Zijn leefgebieden zijn bossen en klifkusten, en in Nederland ook extensieve landbouwgebieden; het nest staat hoog in bomen (Nederland) of op afgelegen rotsige plekken1.
Als broedvogel was de raaf hier lange tijd verdwenen. Tussen 1969 en 1992 zette men 196 raven uit, vooral afkomstig uit Duitsland, en in 1976 broedde de soort voor het eerst weer in Nederland. Het herstel bleef aanvankelijk vrijwel geheel beperkt tot de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug, maar sinds 1990 groeit de broedpopulatie met minder dan 5 procent per jaar3 en nestelt de raaf ook in andere regio’s.
Voedsel
Qua voedsel is de raaf een alleseter en vindingrijk, met een voorkeur voor eiwitrijk dierlijk voedsel. Hij eet onder meer aas, diverse zaden en vruchten, insecten en gewervelde dieren tot het formaat van een konijn1. Hij verstopt voedsel op tientallen plekken en onthoudt waar soortgenoten dat ook doen, om het later te stelen; daarbij weet hij wanneer een soortgenoot iets niet kan zien vanuit zijn positie2.
Broeden
Ravenparen zijn monogaam en blijven hun hele leven bij elkaar2. Het nest staat regelmatig in de kruin van een boom, tot wel 30 meter hoog. Vanaf eind februari legt het vrouwtje 4 tot 6 eieren volgens Vogelbescherming, meestal 2 tot 6 eieren volgens Sovon; de broedduur is 20 tot 25 dagen volgens Vogelbescherming, 18 tot 21 dagen volgens Sovon3. De jongen blijven 4 tot 7 weken in het nest en kunnen daarna nog enkele maanden in de omgeving rondhangen1.
Het gaat de soort voor de wind: het broedseizoen van 2025 liet een hoog broedsucces zien, met opvallend veel uitgevlogen jongen bij de 154 gevolgde broedgevallen3.
Bescherming
De raaf staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Zoals alle wilde vogels in Nederland is de raaf beschermd onder de Europese Vogelrichtlijn, in Nederland uitgewerkt in de Omgevingswet; omdat ravenparen elk broedseizoen op dezelfde plek broeden, geldt de nestbescherming in sommige provincies het hele jaar door1.

