Een mannetje huismus met grijze kruin, kastanjebruine nek en zwarte bef op een draad
Foto: Esteban Poveda · iNaturalist · CC BY
Inhoud
  1. Zo herken je de huismus
  2. Zo herken je de koolmees
  3. Zo herken je de merel
  4. Zo herken je de pimpelmees
  5. Zo herken je de roodborst
  6. Zo herken je de vink
  7. Zo herken je de ekster
  8. Zo herken je de houtduif
  9. Zo herken je de Turkse tortel
  10. Zo herken je de spreeuw
  11. Zo herken je de kauw
  12. Zo herken je de heggenmus
  13. Snel overzicht

Kijk eerst naar de grootte en de kleur: een kleine grijsbruine1 vogel is vaak een huismus of heggenmus, een zwarte of bruine vogel met oranjerode tekening is een merel2 of roodborst, en alles vanaf ongeveer 30 centimeter3 is een duif, ekster of kauw. Hieronder zie je per vogel waar je op let, met een snel overzicht om ze naast elkaar te zetten.

Zo herken je de huismus

Qua grootte is de huismus 14 tot 16 centimeter lang. Het mannetje heeft een grijze kruin met roodbruine zijkanten en brede witte vleugelstrepen; het vrouwtje is vrij egaal lichtbruin, met een lichte wenkbrauwstreep4 achter het oog. Hij broedt in een los kolonieverband, vaak dicht bij huizen; zijn landelijke broedpopulatie daalde sinds 1990 maar groeit de laatste 12 jaar weer licht5.

Zo herken je de koolmees

De koolmees meet 13,5 tot 15 centimeter lang, met een gele buik met een zwarte middenstreep en een glanzend zwarte kop met een grote witte wang. Hij is de grootste mees in de tuin en komt het hele jaar voor, ook in grote aantallen ’s winters6.

Zo herken je de merel

De merel meet 23,5 tot 29 centimeter lang. Het mannetje is geheel zwart met een gele of oranjeachtige snavel; het vrouwtje is donkerbruin met een iets lichtere, bruin gestreepte borst. Je ziet hem vooral op de grond scharrelend naar wormen en insecten op grasveldjes2.

Zo herken je de pimpelmees

Duidelijk kleiner dan de koolmees is de pimpelmees: 10,5 tot 12 centimeter lang. Hij heeft een kenmerkend blauw petje, een gele borst en een smalle zwarte oogstreep. In de winter hangt hij veel aan de voedertafel, met een duidelijke voorkeur voor pinda’s en vetbollen7.

Zo herken je de roodborst

Als kleine bruine vogel is de roodborst 12,5 tot 14 centimeter lang, met een kenmerkende oranjerode borst en gezicht. Jonge vogels missen dat oranjerood nog en zijn lichtbruin gevlekt. Aan zijn gedrag zie je hem ook: hij zit laag en stil, en duikt dan plotseling op een prooi8.

Zo herken je de vink

De vink meet 14 tot 16 centimeter lang, met een spanwijdte van 25 tot 28 centimeter. Het mannetje heeft een blauwgrijze kruin en een oranjerode borst en wangen; het vrouwtje is onopvallender en wordt soms met de huismus verward. Beide seksen hebben twee witte vleugelstrepen9, het kenmerk waarmee je het vrouwtje van een huismus onderscheidt.

Zo herken je de ekster

De ekster meet 46 tot 50 centimeter lang, met een spanwijdte van 52 tot 60 centimeter. Hij heeft een zwart-wit verenkleed met een witte buik en witte schoudervlekken, en het zwart heeft een groen-paars-blauwe glans. Zijn lange staart en bijna geheel witte handvleugel in de vlucht maken hem onmiskenbaar, en hij is doorgaans rumoerig10.

Zo herken je de houtduif

Met 40 tot 42 centimeter lang en een spanwijdte van 68 tot 77 centimeter is de houtduif de grootste duif van Nederland. Hij heeft een witte vlek in de nek en een brede roze borst, en een zeer kenmerkende witte streep op de vleugel, waarmee je hem ook op afstand makkelijk van de stadsduif en de holenduif onderscheidt11. Jonge vogels missen die witte nekvlek nog.

Zo herken je de Turkse tortel

Kleiner dan de houtduif is de Turkse tortel: 31 tot 33 centimeter lang. Hij is lichtbeigegrijs met een zwart-witte nekband en een contrasterend donkerrode iris. Je ziet hem bijna altijd met z’n tweeën12.

Zo herken je de spreeuw

De spreeuw meet 19 tot 22 centimeter lang. In de winter heeft hij een zwart verenkleed met een paars-groene glans en opvallende witte spikkels; in de broedtijd is hij egaal donker met een paarse, blauwe en groene glans en een gele snavel die buiten het broedseizoen donkergrijs tot zwart is. Jonge vogels zijn tot in september bruin en onopvallend gekleurd. Spreeuwen zitten meestal in groepen, na het broedseizoen soms heel grote13.

Zo herken je de kauw

De kauw is een kleine, gedrongen kraaiachtige: 30 tot 34 centimeter lang, met een spanwijdte van 64 tot 73 centimeter. Hij heeft een zwartgrijs verenkleed met een lichtgrijze nek en achterhoofd, en een opvallende lichte iris. In de vlucht herken je hem aan snellere vleugelslagen dan zwarte kraaien en roeken, meestal in iets dichtere groepen, en aan zijn roep: een explosief “ka!”3.

Zo herken je de heggenmus

Door zijn gestreepte rug lijkt de heggenmus op een huismus, maar is 13 tot 14,5 centimeter lang en heeft een blauwgrijze kop en borst die de huismus mist. Hij is schuw en vliegt weinig, en zoekt zijn voedsel vooral op de grond1, muisachtig scharrelend onder dichte struiken.

Snel overzicht

Soort Lengte Kenmerk Wanneer je hem ziet
Huismus 14–16 cm4 Grijze kruin (m) of lichtbruin met wenkbrauwstreep (v) Jaarrond, in groepjes
Koolmees 13,5–15 cm6 Gele buik, zwarte middenstreep, witte wang Jaarrond
Merel 23,5–29 cm2 Zwart met gele snavel (m) of bruin (v) Jaarrond, op de grond
Pimpelmees 10,5–12 cm7 Blauw petje, gele borst Jaarrond, veel ’s winters op de voedertafel
Roodborst 12,5–14 cm8 Oranjerode borst en gezicht Jaarrond
Vink 14–16 cm9 Blauwgrijze kruin, oranjerode borst (m), 2 witte vleugelstrepen Jaarrond
Ekster 46–50 cm10 Zwart-wit met lange staart Jaarrond
Houtduif 40–42 cm11 Witte nekvlek, witte vleugelstreep Jaarrond, grootste duif
Turkse tortel 31–33 cm12 Zwart-witte nekband, bijna altijd met z’n tweeën Jaarrond
Spreeuw 19–22 cm13 Glanzend zwart met witte spikkels (’s winters) Jaarrond, in groepen
Kauw 30–34 cm3 Lichtgrijze nek, lichte iris Jaarrond
Heggenmus 13–14,5 cm1 Blauwgrijze kop en borst, schuw op de grond Jaarrond, onder struiken

Sanne de Wit is een redactioneel pseudoniem. Teksten zijn AI-gegenereerd en gecontroleerd volgens onze gepubliceerde methodologie.