Een mannetje huismus met grijze kruin, kastanjebruine nek en zwarte bef op een draad
Foto: Esteban Poveda · iNaturalist · CC BY
Inhoud
  1. Herkennen
  2. Leefgebied en verspreiding
  3. Voedsel
  4. Broeden
  5. In de tuin
  6. Bescherming
  7. Lijkt op

De huismus is het hele jaar in Nederland te zien. Het is een uitgesproken standvogel met heel weinig trek1: een huismus die je in de tuin ziet, blijft meestal in de buurt.

Herkennen

Met een spanwijdte van 19 tot 25 centimeter2 en een gewicht van 24 tot 39,5 gram is de huismus 14 tot 16 centimeter lang. Het mannetje heeft een grijs petje met roodbruine zijden, grijze wangen, grijs onderlichaam en brede witte vleugelstrepen, met daarbij een zwarte keel en borst en een zwart gezichtsmasker. Het vrouwtje is veel egaler: een tamelijk eenvormig lichtbruin kleed met een opvallende wenkbrauwstreep achter het oog. De snavel van het mannetje is donkergrijs en kegelvormig en wordt in het broedseizoen zwart; bij het vrouwtje is de snavel lichter en geliger van kleur. Beide hebben korte leverkleurige poten1. Tijdens de rui is een huismus soms bijna niet meer als zodanig te herkennen3.

Zijn geluid is een kenmerkend getsjilp, in veel variaties, met diverse minder bekende maar herkenbare roepen1.

Leefgebied en verspreiding

In Nederland leeft de huismus in een rommelige menselijke omgeving met struikgewas, schuren, weilanden met vee en gemorst graan; hij is het talrijkst in dorpen en in oudere buitenwijken. Het land telt 600.000 tot 1.000.000 broedparen (2018–2020)1.

Buiten Nederland leeft de huismus in grote delen van de wereld, in bijna alle gematigde en subtropische gebieden. Dat komt niet alleen door een natuurlijke uitbreiding: mensen hebben de soort tussen 1850 en 1870 bewust uitgezet in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland, gevolgd door Zuid-Afrika in 1890 en Peru in 19533.

Voedsel

Op het menu staan zaden, granen, insecten, bloemknoppen, brood, bessen, pinda’s en vetbollen; in de broedtijd eet hij vooral insecten1.

Broeden

De huismus broedt van eind maart tot in augustus, met twee tot drie legsels per broedseizoen van elk 4 tot 6 eieren. Hij nestelt vooral onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten. De broedduur is 11 tot 12 dagen. De jongen zitten ongeveer 17 dagen op het nest en worden daarna nog 1 tot 2 weken door de ouders gevoerd1.

In de tuin

Huismussen leven sociaal, dus plaats bij voorkeur meerdere nestkasten bij elkaar in plaats van één. Een tuin met veel groen en hagen, zoals liguster of klimop, trekt huismussen aan. In het broedseizoen helpen huismussen aan insecten als je een waterrijk plekje met riet in de buurt hebt. Hij eet ook brood, pinda’s en vetbollen1.

Bescherming

Sinds de jaren tachtig is het aantal broedparen in Nederland met meer dan 50% afgenomen. De huismus staat op de Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels. Sovon laat zien dat het aantal sinds 1975 vermoedelijk is gehalveerd, met een afname van zeker 20% sinds 1984; in de laatste 12 jaar is er wel een duidelijke jaarlijkse toename4. Vogelbescherming noemt de aantallen intussen gestabiliseerd op een laag niveau, met enig herstel1.

Lijkt op

  • Ringmus: iets kleiner en heeft een kastanjebruine kruin, een zwarte wangvlek en een witte halsring5; die zwarte wangvlek heeft de huismus niet.
  • Heggenmus: heeft rugstrepen die doorlopen tot op de kop en een spitse snavel6, terwijl de huismus daar grijs is en stevig gebouwd is met een grote snavel1.