Een grote bonte specht op een knoestige boomstam, met zwart-wit verenkleed en rode ondertaart
Foto: Paolo Zucca · iNaturalist · CC BY
Inhoud
  1. Zo herken je de grote bonte specht
  2. Zo herken je de kleine bonte specht
  3. Zo herken je de middelste bonte specht
  4. Zo herken je de groene specht
  5. Zo herken je de putter
  6. Zo herken je de goudvink
  7. Zo herken je de kneu
  8. Zo herken je de roodborst
  9. Snel overzicht

Zie je rood op de kop of borst van een vogel, dan is het meestal een specht, een putter, een goudvink, een kneu of een roodborst. Let op de plek van het rood en op de rest van het kleed: dat beslist welke soort je ziet.

Zo herken je de grote bonte specht

De grote bonte specht is 23 tot 26 centimeter lang, een zwart-witte vogel met grote witte schoudervlekken die in de vlucht opvallen en een rode onderstaart. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd; het vrouwtje mist die vlek volledig. Jonge vogels hebben in plaats daarvan een rood petje op de kruin, waardoor ze op een middelste bonte specht kunnen lijken; het verschil is dat die laatste lichter rood en witter gezicht1 heeft, zonder zwarte rand langs de kruin.

Zo herken je de kleine bonte specht

Met 14 tot 16 centimeter is de kleine bonte specht de kleinste specht van Nederland, niet veel groter dan een huismus. Hij heeft horizontale zwart-witte streping op de rug, en mist de rode onderstaart van de grote bonte specht. Het mannetje heeft een klein rood petje; het vrouwtje heeft helemaal geen rood2. Zijn geringe formaat onderscheidt hem makkelijk van de grote en de middelste bonte specht.

Zo herken je de middelste bonte specht

De middelste bonte specht is 22 tot 24 centimeter lang, iets kleiner dan de grote bonte specht. Beide seksen hebben een rode pet in alle kleden, zonder de zwarte onderrand die de grote bonte specht wel heeft, en een wit gezicht waarin het oog los in het wit staat. Verder valt een zalmroze onderstaart met gestreepte flanken op, naast zwart-witte vleugels met een grote witte schoudervlek. Hij zoekt zijn voedsel vaak op horizontale en dunne takken3, anders dan de grote bonte specht die meer op stammen zit.

Zo herken je de groene specht

De groene specht is met 30 tot 36 centimeter veel groter dan de andere spechten op deze pagina, met een opvallend groene rug en stuit. Beide seksen hebben een rode kruin en een zwarte vlek rond het oog; het mannetje heeft daarnaast een rode vlek onder het oog, waar het vrouwtje daar een zwarte vlek heeft. Je herkent hem ook aan zijn lange, lachende en hinnikende roep en aan het feit dat hij, anders dan de bonte spechten, vaak op de grond naar mieren zoekt4.

Zo herken je de putter

De putter is 10,5 tot 13,5 centimeter lang, met een rood gezicht dat scherp afsteekt tegen de rest van de kop, die zwart met wit is. Zo onderscheidt het rood zich van alle andere vogels op deze pagina: bij de putter zit het op het gezicht, niet op kruin of borst. In de vlucht valt bovendien een brede gele vleugelstreep op zwarte vleugels5 op.

Zo herken je de goudvink

De goudvink meet 14,5 tot 16 centimeter. Het mannetje heeft een heldere, roodroze buik en wangen; het vrouwtje is in plaats daarvan beigegrijs. Beide seksen hebben een zwarte kap op de kop, een witte stuit en een witte vleugelstreep; jonge vogels missen die zwarte kap en hebben een grijsbruine kop6. Anders dan bij de kneu, die rood draagt op borst én voorhoofd, zit het rood van de goudvink op de buik en de wangen; Engelstalige literatuur beschrijft dat als rose-red underparts tegen een zwarte kop7.

Zo herken je de kneu

De kneu is 13 tot 14 centimeter lang, kleiner dan een huismus. In het broedseizoen heeft het mannetje een karmijnrode borst en een rode “baret” op het voorhoofd; buiten het broedseizoen wordt dat rood meer roodbruin. Het vrouwtje en de jonge vogels hebben geen rood en zijn in plaats daarvan zwak gestreept op borst en kruin. Je ziet de kneu vaak in kwetterende groepjes8, anders dan de goudvink die niet in grote groepen maar in paren of kleine groepjes leeft6.

Zo herken je de roodborst

De roodborst is een klein bruin vogeltje van 12,5 tot 14 centimeter, met een oranjerode borst en gezicht bij mannetje en vrouwtje gelijk: de seksen zijn qua kleed niet van elkaar te onderscheiden. Jonge vogels missen dat oranjerood nog en zijn lichtbruin gevlekt. Anders dan bij de spechten, de putter, de goudvink en de kneu zit het rood van de roodborst zowel op de borst als op het hele gezicht, en is de rest van de vogel verder onopvallend bruin. Hij is ook erg nieuwsgierig en goed van vertrouwen9, waardoor hij zich makkelijk laat bekijken.

Snel overzicht

Soort Lengte Kenmerk Wanneer je hem ziet
Grote bonte specht 23–26 cm1 Rode vlek achterhoofd (m), rode onderstaart Jaarrond
Kleine bonte specht 14–16 cm2 Klein rood petje (m), kleinste specht Jaarrond
Middelste bonte specht 22–24 cm3 Rode pet in alle kleden, wit gezicht Jaarrond
Groene specht 30–36 cm4 Rode kruin, groene rug, grootste specht hier Jaarrond
Putter 10,5–13,5 cm5 Rood gezicht, gele vleugelstreep Jaarrond; ook doortrekker en wintergast
Goudvink 14,5–16 cm6 Roodroze buik en wangen (m), zwarte kap Jaarrond
Kneu 13–14 cm8 Karmijnrode borst en baret (m, broedseizoen) Jaarrond
Roodborst 12,5–14 cm9 Oranjerode borst en gezicht, man en vrouw gelijk Jaarrond