Twee kleine, lichtbeige klerenmotten op hout, met smalle, gevouwen vleugels en lange draadvormige voelsprieten
Foto: Георгий Виноградов (Georgy Vinogradov) · iNaturalist · CC BY
Inhoud
  1. Zo herken je de klerenmot
  2. Zo herken je de Indische meelmot
  3. Snel overzicht
  4. Wat doe je als je motten in huis hebt?

Kijk eerst waar de motten zitten. Van de motten die in huis wol, bont en andere dierlijke materialen aantasten, zijn de klerenmot en de gewone pelsmot de bekendste1. Komen ze uit je granen, noten of gedroogd fruit, dan heb je een voorraadmot, zoals de Indische meelmot: een van de motten die voorraden van allerlei voedingsmiddelen aantasten2.

Bij allebei doet de rups de schade, niet de mot die je ziet vliegen. Bij de klerenmot eten de volwassen motten helemaal niet1, en bij de Indische meelmot voeden alleen de larven zich met je voorraad2.

Zo herken je de klerenmot

De klerenmot, ook wel kleermot genoemd, hoort bij de echte motten (Tineidae), een familie van de vlinders. De mot is 7 tot 8 millimeter lang en heeft een spanwijdte van 11 tot 17 millimeter. De voorvleugels zijn geelachtig, lichtbruin tot grauw, de achtervleugels iets lichter1. De vleugels hebben een franje van lange haren langs de randen, en op de kop zit een plukje roodachtige haren3.

Qua grootte en vorm lijkt de gewone pelsmot sterk op de klerenmot3. Die heeft drie donkere stippen op de voorvleugels, die bij de klerenmot ontbreken. Voor de aanpak maakt dat weinig uit: de twee hebben bijna dezelfde levenscyclus, en daarom doet het er voor de bestrijding niet zoveel toe1 welke soort het is.

De rups (larve) is gebroken wit en wordt ongeveer 10 millimeter lang. Hij leeft in de aangetaste stof, in een zelfgemaakt buisje van spinsel van enkele centimeters1. Op wol zie je groeven in het oppervlak, en bij een zware aantasting gaten3.

’s Avonds vliegen de volwassen motten, en ze leven maar 2 tot 4 weken. Ze mijden licht en worden vaak over het hoofd gezien. Ontdek je ze, dan rennen ze waarschijnlijk eerder snel weg dan dat ze wegvliegen3. Ze komen vooral in juni uit de pop, maar in verwarmde gebouwen het hele jaar rond1.

De larven eten wollen stoffen, tapijt, meubelbekleding, veren, bont en zijde, en zelfs isolatie waarin dierlijk haar is verwerkt. Katoen, synthetische stof en andere plantaardige materialen laten ze met rust, tenzij er vlekken van eten of huidvet3 op zitten. De schade ontstaat altijd op donkere, rustige plekken1: in kasten, dozen met oude kleding, stoelvullingen en vloerkleden in weinig gebruikte kamers.

Oorspronkelijk komt de soort uit warme streken en vestigde zich hier toen in de 18e eeuw kachels algemeen werden. In de vrije natuur komt de klerenmot niet voor1.

Zo herken je de Indische meelmot

De officiële naam is Indische meelmot, maar in Nederland staat hij vooral bekend als vruchtmot. Het is een lichtmot (familie Pyralidae) en een soort die zeer algemeen voorkomt2.

Hij is 1 tot 2 centimeter lang en heeft een spanwijdte van 1,5 tot 2 centimeter. De voorvleugels zijn wit tot geelachtig en aan de uiteinden roodbruin. Zit hij stil met de vleugels langs het lijf, dan ziet hij er roodbruin uit, met achter de kop een crèmewitte band4. Let wel: motten in voorraden verschillen uiterlijk weinig van elkaar, en de soort is alleen met nauwkeurige determinatie2 vast te stellen.

De larve is gebroken wit met een donkere kop en wordt ongeveer 1 tot 1,5 centimeter lang. Volgroeide larven verlaten vaak het product en klimmen tegen wanden op naar naden en kieren, waarbij ze spinsels en webben maken. Overdag zijn de motten niet actief, en daarom worden ze vaak niet of te laat opgemerkt2.

De larven eten onder meer cacaobonen, koffie, tabak, gedroogde groenten en fruit, maar ook granen, bonen, grondnoten, amandelen, chocolade en oliezaden. Ze vreten zich zelfs door de wikkels van producten met chocolade en noten. Naast het verlies van eten raakt je voorraad vervuild met uitwerpselen, dode motten en spinsels2.

In onverwarmde ruimten in Nederland leven 1 of 2 generaties per jaar. Bij warmte en genoeg voedsel duurt de ontwikkeling van ei tot mot 35 dagen, en dan komen er meerdere generaties per jaar. Onder 13 tot 15 °C staat de ontwikkeling vrijwel stil2.

Snel overzicht

Soort Lengte Herken je aan Waar en wanneer
Klerenmot 7–8 mm1 Geelachtige tot lichtbruine voorvleugels zonder stippen1 Kasten en vloerkleden; vooral juni, in verwarmde gebouwen het hele jaar1
Indische meelmot 10–20 mm2 Witte tot geelachtige voorvleugels met roodbruine uiteinden2 Keukenvoorraden; in onverwarmde ruimten in het voorjaar2

Wat doe je als je motten in huis hebt?

Bij klerenmotten zoek je eerst de bron: spoor haarden zoals kledingstukken en vloerkleden op en ruim ze op. Aangetast textiel kun je het beste laten reinigen: minstens 30 minuten bij 60 °C overleven ze niet. Je kunt het ook ongeveer 2 weken in de vriezer leggen: bij −20 °C sterven alle stadia. In veel gevallen voorkom of bestrijd je klerenmotten al met grondig stofzuigen; gooi de stofzuigerzak daarna weg3. Behandel kleding nooit met bestrijdingsmiddelen1.

Voorkomen doe je door kleding gewassen op te bergen, het liefst in goed sluitende zakken, kisten of kasten. Lucht kleding regelmatig en hang het niet te dicht op elkaar. Zorg ook dat er geen vogelnesten onder het dak blijven zitten1: de larven daaruit kunnen op zolder op zoek gaan naar dierlijk materiaal.

Bij de Indische meelmot is het in huis vaak voldoende om de bron op te sporen. Aangetaste voorraden snel verwerken of weggooien is de eenvoudigste aanpak. Maak de kast grondig schoon en haal vergeten voorraden weg. Twijfel je over een product, dan doden 5 dagen bij −12 °C of 30 minuten bij 60 °C de eitjes en larven, als die temperatuur ook in het binnenste van het product wordt bereikt. Bewaar eten zo mogelijk in goed afsluitbare bussen en laat gemorst voedsel niet liggen. Behandel voedsel nooit met bestrijdingsmiddelen2.

Helpt dit niet genoeg, dan kun je contact opnemen met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD)2. Bij overlast en schade door klerenmotten op grote schaal raadt het KAD een professioneel bestrijdingsbedrijf aan1.